WordReference kan deze exacte zin niet vertalen, maar als je op de afzonderlijke woorden klikt zie je de betekenis van deze woorden.
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
deal n (agreement) overeenkomst nw de akkoord nw het The two sides made a deal. deal n (transaction) transactie nw de Each deal is an opportunity for profit. deal n informal (bargain)koopje nw het Nancy really got a deal on those shoes. deal ⇒ vtr (cards) (kaarten ) delen, geven overg.ww Every person takes a turn and deals the cards. deal n (economic policy) (economie ) herstelplan nw het The government plans to implement a new deal to subsidise small businesses. deal vi (cards) (kaarten ) delen, geven ww It's your turn to deal.
Aanvullende vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
deal n (cards) (kaarten: om te delen ) beurt nw de It is Mary's deal. deal n informal (treatment)behandeling nw de They were unhappy with the deal they had received. deal ⇒ vtr (drugs) (drugs ) dealen overg.ww He went to jail for dealing drugs.
Overeenkomende vermeldingen van de andere kant van het woordenboek
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
deal nw de Engels (compromis, overeenkomst)deal, agreement n transactie nw de (zakelijke overeenkomst) transaction n deal, agreement n handelen onoverg.ww (handel drijven) trade, deal vi do business v expr dealen overg./onoverg. ww (drugs verkopen) (drugs ) deal vtr zaak nw de (transactie, overeenkomst) business n deal n agreement n
Samengestelde woorden: WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
iemand aanpakken overg. ww (aanvallen) (a person ) tackle vtr deal with vi + prep afrekenen met ww+vz (iemand iets betaald zetten) take care of v expr deal with vi + prep behandelen overg.ww (omgaan met) deal with vtr + prep handle vtr een goede deal lidw+bn+nw informeel (een goede overeenkomst)good deal n een punt maken van overg. uitdr. (een probleem maken van) make a point of v expr (informal ) make a big deal out of v expr iets voor zijn/haar rekening nemen overg. uitdr. figuurlijk (zich bezighouden met)take care of something v expr deal with something v expr kampen met ww+vz figuurlijk (worstelen met, het moeilijk hebben met)struggle with vi + prep contend with vi + prep (figurative ) wrestle with vi + prep deal with vi + prep leren omgaan met overg. uitdr. (leren bedienen) learn to deal with v expr leren omgaan met overg. uitdr. (menselijke relaties) learn to deal with v expr learn to get along with v expr met harde hand optreden tegen overg. uitdr. figuurlijk (zeer streng handelen tegen)crack down on vi phrasal + prep deal with firmly v expr omgaan met ww+vz (behandelen, hanteren) deal with vi + prep handle vtr te maken krijgen met overg. uitdr. (in het geding komen) have to deal with v expr be faced with vi + adj + prep te verwerken krijgen overg. uitdr. (stuiten op, tegenkomen) face vtr have to deal with v expr cope with vi + prep
Vaste combinatie van werkwoord en voorzetsel WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
deal with [sth] vtr phrasal insep (address, resolve) (figuurlijk; probleem ) aanpakken overg.ww behandelen overg.ww The problem was brought to my attention and I dealt with it. deal with [sb] vtr phrasal insep (handle: people) omgaan met ww+vz behandelen overg.ww You answer the phones and I'll deal with the customers. deal with [sth] vtr phrasal insep (be concerned with) gaan over ww+vz behandelen overg.ww This book deals with history. deal with [sb] vtr phrasal insep informal (reprimand, punish)onder handen nemen overg.uitdr. I'll deal with you later! For now, go to your room and think about what you did.